Naar Purper:


JE MOET ZEILEN OP DE WIND VAN VANDAAG. DE WIND VAN GISTEREN HELPT JE NIET VOORUIT, DE WIND VAN MORGEN BLIJFT MISSCHIEN WEL UIT! tekst en uitvoering: PURPER

Ik hou van motto's, hoewel ik niet iemand ben die ze zelf verzint. Liever zoek ik naar bestaande motto's die aansluiten bij mijn (manier van) leven. De tekst van Purper is al sinds jaren mijn handelsmerk, maar sinds ons bezoek aan de musical "Soldaat van Oranje" is daar een tweede motto aan toegevoegd: Morgen is Vandaag! Eigenlijk zeggen beide motto's hetzelfde. Geniet nu, leef nu, doe nu!!! En dat blijf ik proberen!!!!!

donderdag 23 juli 2026

N4D, de dag van Groesbeek

Never change een winning team, dus ook vandaag start Dochterlief het verslag:
Vandaag ging de start soepeler dan gisteren. We wisten waar we absoluut niet heen moesten - die trechter van gister - en kwamen daardoor beter terecht. Met een halfuurtje waren we gescand en klaar om te gaan. Mama kreeg van zichzelf het berichtje binnen dat ze was gestart, maar ik kreeg hem niet. We houden het op de slechte internetverbinding en gaan van start. 

Ik:
We slingeren weer door Nijmegen en ik probeer nu een aantal van de teksten bij het Radboud te lezen, die ik gister nog niet gelezen had. Dochterlief is een beetje nukkig, een beetje een ochtendhumeur en ik laat haar maar lekker schuiven, niet te veel aandacht aan besteden, het gaat straks wel weer over - hoop ik......

Dochterlief:
Onze eerste korte “pauze” is bij onze vaste wc-plek, een zekerheidje voor een sanitaire stop op de laatste drie dagen. Na de plaspauze lopen we door tot we onze rust op ongeveer 10 kilometer treffen. Tijd voor koffie, het eerste beetje eten (ik heb weinig trek) en natuurlijk weer een sanitaire stop. Mijn voeten beginnen weer dezelfde pijnklachten als gisteren te vertonen, maar ik probeer me er zo goed als mogelijk overheen te zetten.



Ik:
Net als we willen vertrekken komt Martin aangelopen, hij neemt, na een kort praatje, een stoel van ons over. Wij gaan richting Mook. Bij de militaire rustplaats is het weer tijd voor een sanitaire stop. Er zit een vrouw in de rij voor de toiletten, zij probeert tijdens het wachten haar voet te tapen. Elke keer als we een stukje kunnen opschuiven, neemt Dochterlief haar schoen mee en de wandelaar voor ons haar tas. De 4Daagse loop je echt nooit alleen....



Het blijft een beetje hangen en wurgen met Dochterlief, dus in Plasmolen gaan we aan de soep, altijd soep in dit soort gevallen. Er is plek op een bankje ergens achteraf en de schoenen gaan uit, vinden vooral de voeten van Dochterlief erg fijn. Ondanks alle pijntjes en muizenissen, doet ze in ieder geval wel haar best om de sfeer erin te houden.


Luister vooraal naar haar laatste woorden in dit filmpje.......

Ondertussen ben ik eigenlijk wel een beetje klaar met het rusten, maar goed, samen uit, samen thuis, dus de volgende rust werd gepland onderaan de Sint Jan. De eerste, en volgens ons, gemeenste heuvel van de N4D.

Dochterlief weer:
Net voor de Sint Jan (eigenlijk de ergste heuvel van deze dag en zeker niet één van de zeven) nemen we weer een rust. Ik heb vandaag echt wat meer moeite met het wandelen, maar opgeven zal ik nooit doen. Een bekende spreekt me aan over mijn grote broer en dat hij er niet is. Ik geef aan dat ik het ook jammer vind en dan neem ik plaats op één van de vrije stoeltjes. Vandaag voelt het even extra vervelend dat mijn broer niet mee is. Nu het allemaal wat minder lekker gaat, heb ik meer behoefte aan mijn grote broer. 

Net als ik zit komt Pianoman van Billy Joël door één van de speakers in de buurt - het nummer dat bij ons thuis onlosmakelijk verbonden is met mijn liefste broer. Ik begin te huilen, heel hard te huilen. Ik mis mijn broer, het gaat kut, mijn voeten doen pijn en dan moet ik straks ook nog die Sint Jan en daarna de zeven heuvelen over. 

Na even heel hard gehuild te hebben, veel meelevende blikken te hebben ontvangen en geruststellende woordjes te hebben gekregen, word ik wat rustiger. Mama stelt voor dat ik anders broerlief even bel. Omdat ik niet weet of hij werkt vandaag en waar hij werkt, besluit ik een berichtje te sturen. 


Mijn liefste broer besluit om me te bellen en na wat moeizame communicatie - hij belde mij, ik hoorde hem niet, ik hing op, belde hem, wederzijds contact - hebben we elkaar luid en duidelijk aan de lijn. Ik begin, opnieuw, te huilen. Ik vertel wat er is gebeurd, dat ik pijn heb onder mijn voeten en dat ik absoluut niet ga stoppen. Ons gesprek gaat door en uiteindelijk komen de legendarische woorden van mijn grote broer: “Zusje, stop met huilen, want anders huil ik straks in mijn brugwachtershokje mee.” Het brengt me aan het lachen. We babbelen nog even door en dan hangen we op. Mama en ik gaan de Sint Jan op. 

Ik neem het weer even over:
Ik probeer zo min mogelijk tegen Dochterlief te zeggen, want alles is haar op dit moment te veel, wel hou ik haar goed in de gaten. Als ik iets tegen haar zeg, is het omdat er iets leuks te zien is (afleiding) of om haar te wijzen op een mogelijk gevaar. Ik geef ook aan dat het stuk door Breedeweg lang, lang, lang is, dan kan het alleen maar meevallen. 

Langzaam maar zeker komt ze weer een beetje bij en kan ik meezingen en zwaaien met de muziek aan de kant zonder dodelijke blikken toegeworpen te krijgen. Niet dat ik me verder iets aantrek van die dodelijke blikken. En mocht je je nu afvragen of ik het nog leuk vind, ja hoor. En ik weet dat Dochterlief het NU niet leuk vindt, maar dat het wel weer beter gaat worden. Ons volgende doel is Jannie, die een krappe kilometer voor de Zevenheuvelenweg staat. In Groesbeek kunnen we redelijk goed doorlopen, daar hebben we dus niets over te klagen. Ook Dochterlief begint weer een beetje mee te zingen en zwaaien, er is dus hoop. 😝

Dochterlief weer:
In Groesbeek treffen we Jannie en het moment dat Jannie vraagt hoe het gaat, begin ik te huilen (opnieuw, alweer en zeker niet de laatste keer). Ik wil niet per se in herhaling vallen, maar gewoon zodat het zeker duidelijk is, het komt allemaal door de pijn in mijn voeten. 



We vervolgen en komen aan het begin van de Zevenheuvelenweg bij dokter Pain uit. Als mevrouw Pain vraagt hoe het gaat, dokter Pain is even naar de wc, begin ik weer te huilen. (Er valt over te discussiëren of ik tussendoor officieel gestopt ben met huilen of niet, maar die discussie gaan we gewoon even niet aan.) (Note van mij: Dokter Pain zorgt wel voor een goede massage, dus het wordt er in ieder geval beter op voor Dochterlief.)


De heuvels vallen me dit jaar zwaar. Waar mijn eerste twee Vierdaagses de heuvels me eigenlijk niks deden en ik zo over ze heen stapte, was dit jaar het echt een worsteling.
 

Nu ik weer even, voor een beetje positiviteit:
Op de Zevenheuvelenweg is het zoals elk jaar een drukte van belang met toeschouwers. Ik zing en feest lekker met ze mee, ondertussen Dochterlief in de gaten houdend. Zij loopt gewoon stug door, zonder op of om te kijken. Helemaal prima, lekker laten gaan. Ik maak nog even een korte stop om nieuwe SWD-muntjes te kopen, die waren op de vorige post op, en ook nu loopt Dochterlief gewoon door, ik haal haar wel weer bij.





Na Berg en Dal gaat het over de Kwakkenbergweg weer richting Nijmegen. We zien de rustpost van De Gouden Kruisdragers en Dochterlief vraagt of we daar even kunnen gaan zitten. Omdat ik lid ben kan en mag dat, dus dat doen we. We zitten hooguit een kwartier en dan gaan we weer verder. Op naar de drukte van de laatste kilometers in de Witte en Rode straat.

Dochterlief:
Ook de Witte en Rode straat waren dit jaar weer een drukte van belang. Het liep soort van door, maar het tempo was weer gruwelijk traag. Ik was daarom zeker niet gezellig (en ook de 20 kilometer daarvoor niet.) (Note van mij: Gelukkig heeft Dochterlief toch nog een beetje gevoel voor humor als ze moppert, dus ik moest af en toe toch om haar lachen en zij ook om zichzelf.) Gelukkig draai je na de beide straten zo de laatste bochten richting Wedren weer op. 

Net voor de afmeldhokjes stap ik op het randje van een mat (je weet wel zo’n zwart rubbere ding die over kabels en dingen heen liggen zodat je niet over de kabels struikelt). Een wildvreemde man vangt me op en ik begin bijna - ja nu bijna - weer te huilen. De wildvreemde man vraagt me ongeveer vijftien keer of hij me echt weer los kan laten en als ik dat vijftien keer heb bevestigd laat hij me los. Het is toch echt een Vierdaagse ding dat je voor elkaar zorgt en nogmaals dank aan deze vreemde man die zich zo over mij ontfermde. 

In de laatste kilometers maakte ik deze foto, de mevrouw in het midden had het zwaar en werd dus ondersteund door de militairen. Nog zo'n voorbeeld van het zorgen voor elkaar tijdens de N4D!!!

We lopen door naar de afmeldhokjes, mama geeft haar stempelkaart (of is het een knipkaart?), krijgt haar eindscan en de nieuwe kaart voor morgen. Dan ben ik, ik geef mijn stempelkaart, steek mijn pols uit voor mijn de scan en dan… “Je bent vanochtend niet gescand.” Ik begin weer bijna te huilen. Ga je nu serieus menen dat ik vandaag met heel veel moeite 40km heb gelopen om dan gediskwalificeerd te worden, omdat mijn scan niet goed is gegaan? Ik begin te hakkelen, probeer te zeggen dat ik samen met mama heb gelopen en net na haar ben gescand vanmorgen. De vrouw van het hokje geeft aan dat het goed is, maar dat ik morgen goed moet checken of ik ben gescand. Ik knik, tranen opnieuw in mijn ogen en krijg dan mijn stempelkaart voor morgen. Nog steeds half huilend trek ik mijn slippers aan.

Ik maar weer even:
Er staat een bekende van mij te wachten op De Wedren, iemand die ik ken van de Elfstedenwandeltocht. Daar gaan we even zitten en komt Dochterlief even bij. Vooral de bijna-val en de angst na het feit dat de scan vanmorgen niet goed gegaan was, maakten dat ze even bij moest komen. Wat ze ook van deze dag heeft geleerd is dat ze voortaan haar bril en lenzendoosje moet meenemen. Door het vele huilen is het zicht niet zo goed meer.....

Dochterlief voor het laatste stukje van vandaag:
We fietsen terug naar de camping, ik pak mijn douchespullen, weet een douchehokje in de schieten (eentje van de douches die altijd warm zijn) en blijf er best lang onder staan. 

Na het douchen terug bij de caravan is het weer tijd voor Radler 0.0. Ik heb een trui aan, lange broek aan en een deken om me heen geslagen. Ik drink niet, want ik heb het zo koud dat ik mijn handen niet boven de deken wil doen. Met deken en al vertrekken we tegen zessen naar het eten. 

De vrouw des huizes, de opperboerin van het terrein, vraagt of het gaat. Ik geef aan dat ik het gewoon heel koud heb. Ze geeft aan dat ik maar snel moet eten en dat het me vast goed doet. Ik volg haar wijsheid op en geniet van de nasi met satéstokjes en het toetje. Na het eten snel ik mijn bed in. Hopelijk zorgt een goede nachtrust voor warmte en energie voor morgen. Op naar de laatste dag!


O, toch ik nog even:
Ondanks de moeilijke dag voor Dochterlief zijn we blijven tellen, de stand van vandaag:
- Zwoele Zomernachten 9x
- Cheerio 11x

woensdag 22 juli 2026

N4D, de dag van Wijchen

Ook vandaag begint Dochterlief weer met het verslag:
Verrassend genoeg kwam ik redelijk makkelijk mijn bed uit. Normaal heb ik snel moeite met de tweede dag een vroege wekker, maar - naast de gebruikelijke ochtendopstartproblematiek (mooi woord, hè?) - had ik nergens last van. Vandaag een roze shirtje, roze eyeliner en in de tas roze glitters om mee te nemen voor later op de dag. 

Vandaag wilden we natuurlijk net zo snel door de start als gister, maar dit mislukte flink. Gister kwamen we van de goede kant - mensen van de andere kant stonden grotendeels vast - de Wedren op en konden we daarom zo door. Vandaag kwamen we dan wel weer van dezelfde kant, maar nu werd die andere stroom mensen beter doorgeleid. Uiteindelijk kwamen we in een stroom die uitkwam bij een trechterpunt (meerdere stromen mensen moesten door een heel smal stukje). Uiteindelijk waren we daardoor pas na bijna een uur door de start. 


En nu ik weer:
We waren net op gang toen we Jannie zagen staan, zij had gezelschap van Marieke. Wij wilden niet alweer stilstaan, dus we riepen en zwaaiden enthousiast, maar sloegen het fotomomentje met Jannie over. Even later sloot Marieke zich bij ons aan en met zijn drieën gingen we verder. Vandaag is het eerste stuk door Nijmegen nog prima, we doen het nu voor de eerste keer, maar toch zorgt het weten dat we dit stuk nog twee dagen gaan lopen ervoor dat ik het nu eigenlijk al niet leuk vind. Maar goed, aan de andere kant is de tunnel bij het Radboud toch elk jaar weer leuk, vanwege alle aanmoedigingen en die kun je toch niet in een dag lezen, dus maar goed dat we hier morgen weer zijn.



Op het punt waar we morgen richting Malden gaan, staan heel veel dixi's en we hadden er alledrie één nodig. In eerste instantie zagen we een enorme rij, maar toen we verder keken stond er nog een tweede dixi-groep waar bijna niemand stond. Snel daar naartoe dus. Binnen een paar minuten waren we weer on route, de gezelligheid en drukte van Hatert in. Na Hatert mogen we altijd over de S104 lopen, een van de stadswegen van Nijmegen, dat blijf ik een soort van stoer vinden..... We steken het Maas-Waalkanaal over, terwijl we blijven kletsen en meezingen. We hebben de vaart er lekker in.

Bij de SWD-rust besluit Marieke om door te lopen, wij gaan voor een bakkie daar. Als we daar zitten besluit Dochterlief om toch haar voeten in te tapen. In Diekirch had ze de tip gekregen om Gehwolcrème te gebruiken tegen de blaren en dat heeft in de voorbereiding goed gewerkt, maar vandaag blijkt dat dat voor haar voor een dag goed werkt, maar dat dat de tweede dag minder goed werkt, gelukkig nog geen blaren, maar wel schuurplekjes. Nu zijn we/ben ik op alles voorbereid dus de tape zit in de tas en vandaag is dat natuurlijk roze tape (Note van dochterlief: ik had gewoon mijn eigen tape in de tas, inclusief een nodig EHBB-setje).

Terwijl Dochterlief druk bezig is, krijg ik de vraag of de stoel naast mij vrij is. Als ik opkijk blijkt het Martin te zijn. Martin had ons nog niet gespot, dus toen ik antwoordde keek hij net zo verbaasd als ik. Martin schoof gezellig aan en toen Dochterlief klaar was met tapen en ze haar koffie op had, gingen we met zijn drieën verder.

Op de Heumenseweg richting Alverna hoorde ik Dochterlief ineens zeggen: 'Hé, dat lijkt Lisanne wel.' En dat was ook het geval. Zij sloot zich aan bij Lisanne en Martin en ik liepen samen verder.


Dochterlief weer:
Net na de eerste rust kwam ik dus Lisanne tegen, een vriendin die dus ook de Vierdaagse liep (spoiler: ze heeft hem ook succesvol uitgelopen). Ik besloot om een stukje met haar op te lopen en mama achter te laten (of eigenlijk voor te laten). We zouden elkaar weer meeten bij het dorpshuis in Wijchen. Bij de rustplaats bij de sportvelden moesten Lisanne en haar zus (met wie ze de N4D liep) naar het toilet, dus liet ik ze achter (nu letterlijk achter) en zette ik een sprintje - wandelsprintje, dus altijd met één van beide voetjes op de grond - in naar het dorpshuis. 




In het dorpshuis trof ik mama snel. Ze had net soep en cola geregeld, maar ik moest zo nodig naar de wc dat ik dus eerst maar in de rij daarvoor ging staan. Het was niet de snelste wc-rij van de Vierdaagse, maar het liep redelijk door. Eenmaal terug bij mama, volgde zij mijn voorbeeld - zij had haar soep al op - en begon ik aan de - zeer lekkere - soep. Daarnaast was het tijd voor de belangrijkste taak van vandaag, mezelf voorzien van roze glitters. Om mijn soep glittervrij te houden, heb ik die eerst opgegeten. Net toen ik klaar was met mezelf beglitteren, kwam mama terug en was zij dus ook aan de beurt. Voorzien van glitters verlieten we het dorpshuis in Wijchen weer en ondanks dat het parcours zeer rustig leek, waren we duidelijk eerder dan vorig jaar want de krentenbollen van de tegenovergelegen Jumbo waren dit jaar nog niet op. Die ging er dus ook nog even in.





En nu ik weer:
We liepen - voor de eerste keer - Wijchen uit en ineens kwam er een meisje van de leeftijd van Dochterlief naast ons lopen. Zij vroeg of we de glitters die op onze wangen zaten bij ons hadden, zij zou het leuk vinden als ze die ook op haar wangen kreeg. Dochterlief antwoordde dat ze inderdaad in haar tas zaten, maar dat ze daar nu niet zomaar bij kon. Het meisje antwoordde dat ze dat al wel had gedacht, ze zou bij een volgende pauze proberen om iemand met glitters te vinden. Goed idee!!!!

Na een paar kilometer langs de N485, met zicht op aller-, allerlaatste 50-kilometerlopers, liepen we Wijchen weer binnen. Na de samenkomst met de 50-kilometerlopers moesten we allebei water bijvullen. We vonden mensen met een kraan en die hadden ook een paar stoelen staan. Dochterlief wilde daar ook even zitten, even de voetjes van de vloer. We deden de schoenen even uit en Dochterlief werd een beetje extra verwend, zij kreeg een krukje onder haar voeten. Ik zag er waarschijnlijk niet vermoeid genoeg uit, ik kreeg geen krukje..... 😜



In Wijchen was het weer ouderwets een groot feest, de zogenaamde Magic Mile, waar kilometers lang dezelfde muziek wordt gedraaid. Af en toe liepen we even langzaam door, maar al met al was het, qua wandeltempo, prima te doen daar. We liepen Wijchen weer uit en we hadden het er net over dat we langs het punt kwamen waar we vorig jaar na die vreselijke bui in het centrum van Wijchen bij Anita waren neergestreken, en vooral ook hoe jammer het was dat ze dit jaar niet meer langs de route stond, toen we haar ineens toch zagen staan. We slalomden tussen de wandelaars door om bij haar te komen.

Anita gaf aan dat ze de N4D zo miste, dat ze vandaag toch langs de route was gaan staan in de hoop veel bekenden te treffen. Nou ja, wij waren heel blij om haar toch weer even te zien. (Note van dochterlief: Dit was voor mij toch even een soort schouderklopje over hoeveel beter dit jaar ging ten opzichte van vorig jaar. Ik had namelijk nog geen behoefte aan een huilbui.)




Vanaf hier was ons volgende doel Dokter Pain in Beuningen. Om daar te komen moesten we een lange rechte weg door de weilanden nemen. Net voor we daar waren, maakten we nog even gebruik van een groen toilet, we stonden gezellig met onze plastuitjes naast elkaar. We stampten lekker door en voor we het wisten, liepen we Beuningen binnen. 

Bij Dokter Pain was het redelijk rustig, dus er was voor ons allebei een stoel. Dokter Pain was druk bezig met zijn verzorgingswerkzaamheden, maar mevrouw Pain zorgde goed voor ons. Nadat Dokter Pain klaar was met zijn werkzaamheden, hadden wij al voldoende rust gehad, dus na een dikke knuffel gingen we weer verder.



Na Beuningen gingen we richting Weurt, we maakten nog een korte tussenstop bij de SWD voor een sanitaire stop van Dochterlief en een blikje cola voor ons beiden. En weer doorrrrrr.....


Dochterlief:
In Weurt was het zoals elk jaar weer groot feest met de Via Flamingo, alleen daardoor lag het tempo echt gruwelijk laag. Mijn voeten begonnen ongelooflijk zeer te doen, alsof er met elke stap messen in werden gestoken. Nu was ik me bewust van het feit dat - ondanks dat wij in een kwartier van de eerdere camping in Weurt naar de Wedren konden fietsen - de afstand van Weurt tot de finish nog best een end lopen was. Alleen het bleek nog verder te zijn dan ik dacht. 





Net Nijmegen in (note van mij: Bij het Westerpark.) waren er wc’s en natuurlijk moesten zowel mama als ik weer naar het toilet. Net voor de toiletten was er een bord met de nog af te leggen afstand en die was nog 5 km, verder dan ik dacht. Bij de wc’s konden we allebei gelukkig wel zo een dixi in, maar toen ik van de wc afkwam sloeg het bij me in. Nog 5 km en mijn voeten deden al zoveel pijn. Geen spierpijn, geen stijve benen, geen rugklachten, schouderklachten of blaren. Nee, alleen pure pijn onder mijn voeten. 
Ik begon te huilen. Ik vond het een ongelooflijke naaistreek dat we alweer in Nijmegen waren na een lange dag en dat ik nu nog steeds een uur moest lopen. Nog die hele Waalkade af, dan nog slingerend door het centrum naar het Faberplein om dan pas eindelijk de laatste honderden meters naar de Wedren af te leggen. 

Het was deels de emotie van de pijn en het uur wandelen dat nog voor me lag, maar grotendeels dat het zo oneerlijk voelde dat ik eigenlijk fit genoeg was en getraind genoeg om zonder andere kwaaltjes te lopen. Ik was gewoon hartstikke goed voorbereid, dus waarom doen mijn voeten dan zoveel pijn? 

Ik weer:
Natuurlijk gaf ik Dochterlief een dikke knuffel toen de tranen kwamen. Gelukkig hadden we afgesproken dat Manlief en de Wandelkerel telefonisch beschikbaar zouden zijn voor dit soort momenten, dus toen ik na de knuffel Dochterlief hierop attendeerde, besloot ze haar vader te bellen.

Ik liep achter haar en ik moest mijn best doen om niet in lachen uit te barsten. ze belde haar vader en in de eerste twee zinnen kwam met volle overtuiging minstens vijf keer het woord 'stom' voor en dat deed ze op haar kenmerkende ik-vind-het-stom-maar-wil-toch-doorgaan-toon. Een man die naast mij liep keek mij aan en wij wisselden een blik van verstandhouding. We herkenden het allebei, dit gevoel.

Gelukkig bracht het Waterkwartier genoeg afleiding, net als de Waalkade en voor we het wisten liepen we het roze feestgedruis in de Hertogstraat in. We hadden nog iets om naar uit te kijken, want er zat vandaag een groepje van de W4W'ers op de tribune om ons binnen te juichen, maar eerst feest vieren in de Hertogstraat en op het Faberplein.




Bij de tribunes vonden we 'onze' supporters en natuurlijk stonden we daar even stil. Tot onze grote verrassing zat ook Jacqueline daar, die had een topdag gehad en was redelijk vroeg binnen, ze sloot dus gezellig aan daar op de tribune. Na een gezellig kletspraatje vervolgden we onze weg, op naar De Wedren om ons af te melden.



Dochterlief:
Op De Wedren was het weer tijd voor slippers en dat was wel fijn, maar slippers namen de pijn onder mijn voeten niet weg. Het fietsen was wel heerlijk, maar nog meer dan normaal wilde ik nu absoluut niet af hoeven stappen. Terug op de camping was het direct douchen, waar helaas wel een rij stond. 



Wilmer zat op het trapje naar de douches, als eerste in de  rij - en aangezien ik absoluut geen zin meer had om te blijven staan nam ik naast hem plaats - natuurlijk wel met de mededeling dat iedereen die eerder in de rij stond vanzelfsprekend eerder aan de beurt zou zijn. Wilmer vroeg me hoe ik het vond en ik zei stom. Zijn antwoord was dat het trapje dan het “ik vind het stom”-plekje werd. Niemand nam nadat Wilmer onder de douche stond de plek naast mij meer in - de rest vond het dus nog wel leuk. En een groot voordeel van mijn plek, ik kon goed doorgeven waar douches vrijkwamen. Ik was dus wel nuttig vanaf mijn trapje.

Terug bij de caravan was het tijd voor de frisse Radler 0.0 aan het einde van de wandeldag, die ik heerlijk onder een dekentje met een trui aan en een emotional-support-avocado (de naam genaamd: Aviva Olivia Carmen Doloris) opdronk. Tegen zessen gingen we weer voor het eten, deze dag was dat rode kool, aardappelpuree en een gehaktbal - inclusief toetje natuurlijk. 



Morgen is het tijd voor de heuvelen van Groesbeek.

En dan nu nog een aanvulling van mij:
Gister vertelde ik dat we de liedjes 'Zwoele Zomernachten' en 'Cheerio' gingen tellen, maar ik ben vergeten de stand door te geven, dus bij deze de stand van gister:
- Zwoele Zomernachten 9x
- Cheerio 8x

En de stand van vandaag:
- Zwoele Zomernachten 9x
- Cheerio 10x

Er is dus nog niet echt een winnaar.....