Vandaag ging ik met Ate en Hilly weer op pad voor een etappe van het Pelgrimspad IJsseldelta. We stapten in Meppel weer bij elkaar in de trein om vervolgens door te reizen naar Kampen. Op het station pakten we onszelf goed in, muts, sjaal, handschoenen, voor we de IJssel overstaken, op naar de eerste stempelpost, die bij de Buitenkerk. We gingen vandaag wat later van start, want de tweede stempelpost in de Open Hof Kerk ging om 10.00 uur open, we schatten in dat dat ongeveer een half uur, drie kwartier lopen zou zijn, niet te vroeg vertrekken dus.
Een ijsblauwe lucht.....
Bij de Buitenkerk is de koker met het stempel aan de buitenmuur geplaatst, we waren hier dus niet afhankelijk van de openingstijden, al was er wel een klein probleem, want waar konden we fatsoenlijk het stempel in onze boekjes plaatsen. Het werd een raamkozijn van de kerk... Na het stempelen maakten we een rondje om de kerk, weer eens niet zoals de officiële route aangaf, maar zoals onze voeten wilden gaan.
We sloten weer keurig aan op de officiële route en die leidde ons door het stadspark en langs oude stadspoorten. De eerste stadspoort die we passeerden was de Broederpoort. Natuurlijk stonden we daar even stil om deze poort uitgebreid te bekijken. Een klein stukje verder liepen we langs de Cellebroederspoort, ook zeker de moeite waard om even stil te staan. We schoten dus nog steeds amper op.... Maar ja, we lopen dan ook op een pelgrimspad en bij pelgrimeren gaat het niet om de bestemming maar om de reis. En van die reis genoten we nu dan ook volop, zoveel te zien in de binnenstad van Kampen.
In ons boekje stond dat de koker met het stempel in de hal van de kerk stond bij het kaarsenblok. Dus toen we binnenkwamen was onze blik vooral gericht op het vinden van de koker. Die werd zeer snel gevonden. Wat ons ook direct opviel was dat er zeer veel bedrijvigheid was in de hal van de kerk. Niet bepaald wat je verwacht op vrijdag 2 januari in een nieuw kalenderjaar. De aanwezige mensen waren overigens ook niet voorbereid op de komst van drie pelgrims in de hal van hun kerk, we werden met open armen, maar ook met vraagtekens ontvangen.
We legden uit wat we kwamen doen en, gelukkig voor ons, lagen er ook folders van het pelgrimspad op de informatietafel naast het kaarsenblok, zodat we konden laten zien waarom we binnen kwamen vallen. Ons verhaal maakte dat de open armen alleen wijder werden geopend en voor we het wisten stond er een bakkie en een warme oliebol voor ons klaar. Daarnaast mochten we, tot grote opluchting van Hilly en mijzelf, gebruik maken van het toilet.
We genoten van ons bakkie en kletsten met de aanwezige vrijwilligers. Zo indrukwekkend om te horen hoe het kerkasiel wordt vormgegeven, maar ook hoe de 'normale' diensten, zoals doop en uitvaart, kunnen doorgaan zonder het kerkasiel te onderbreken. Normaal gesproken hadden we voor deze ontvangst al een vrijwillige bijdrage gedaan, maar nu voelde die bijdrage voor ons nog meer als een onderdeel van dit pelgrimspad.
Dat bleek geen overbodige luxe te zijn, want het weer werd alleen maar slechter en slechter. Van grommen ging het over in natte sneeuw en we doken dus steeds dieper in onze jassen, mutsen en capuchons....
Gelukkig werd het ook weer eventjes een soort van droog, zodat we konden genieten van het uitzicht over het Reevediep. Helaas was het ook maar eventjes, dat het droog was. Brillen besloegen, handschoenen werden nat, wind waaide om onze oren, maar man, wat was het ondanks dat genieten. Dreigende grijze luchten, zonnestralen en overwaaiende (regen)buien zorgden voor genotsmomenten. Overigens was het ook een genotsmoment om onder het viaduct even uit de neerslag en de wind te zijn.
We dachten even dat we de kerk van Zalk al bijna hadden bereikt, maar de toren die we zagen bleek de kerktoren van Wilsum te zijn, hemelsbreed een klein stukkie, maar wreed van ons gescheiden door de IJssel. Niet dat we daarheen wilden, Wilsum hadden we op de eerste etappe al afgevinkt.
We vervolgden onze weg langs de IJssel, nog steeds genietend, maar ook op zoek naar een plek om even te zitten en te eten. Op de digitale kaart zagen we dat er in De Zande een rustplaats was, een klein stukje vanaf de route. Op goed geluk gingen we daarheen. De rustplaats bleek gesloten, maar er was wel een overkapping waar we droog en uit de uit wind konden zitten. Dat was even heerlijk bijkomen....
We zaten daar niet zo heel lang, want de buitentemperatuur was nou niet bepaald op het niveau om lang buiten te zitten, maar we hadden toch even kunnen bijkomen en even lekker wat kunnen eten.
Vanaf onze rustplaats was het nog een kilometer of vijf naar Zalk en we hoopten dat we daar ergens een rustplek binnen zouden vinden. Gelukkig was de route prachtig en deed het zonnetje ook nog zijn best om ons een beetje te verwarmen, al deed de wind zijn best om ons de moed te ontnemen. Op de digitale kaart zagen we dat er een soort van dorpshuis zou zijn in Zalk, maar helaas was daar geen teken van leven...
Bij de kerk in Zalk zouden we een stempel moeten kunnen vinden, maar hoe goed we ook zochten en hoeveel rondjes om de kerk we ook liepen, geen koker te vinden. Na het lezen van het informatiebord belde Ate aan bij de kosterswoning. De vrouw van de koster deed open en nadat Ate zijn/ons verhaal had gedaan, iets over een pelgrimspad en een stempel, riep zij haar man, de koster, erbij. Ondertussen was ik aangesloten bij Ate en ik liet de koster de tekst lezen die op de site van het pelgrimspad staat. Hij moest even schakelen, maar al snel liet hij weten dat de stempel inderdaad in de kerk lag en dat wij van harte welkom waren om mee te lopen naar de kerk, zodat wij die ook nog even konden bekijken.
De vrouw van de koster vroeg ons wij een bakkie koffie/thee wilden en die uitnodiging lieten wij niet aan ons voorbij gaan. En zo zaten we even later, ontdaan van regenkleding in de keuken van de kosterswoning. Tot onze grote verrassing kregen we een stuk appeltaart bij ons bakkie. De vrouw van de koster vertelde dat zij oudjaarsdag appeltaart had gebakken en dat zij vanmorgen de laatste stukken in de diepvries had gedaan voor een bijzondere gelegenheid en dat ze de komst van drie pelgrims op een onstuimige vrijdag in januari wel zo'n bijzondere gelegenheid vond, de appeltaart kwam opgewarmd uit de magnetron. Wat een verwennerij....
Na een vrolijk gesprek gingen we heerlijk opgewarmd weer verder. Op naar de laatste stempelpost van vandaag, de kerk van Hattemerbroek. We liepen verder langs de IJssel en we genoten van het uitzicht op het water en op de overkant. Diezelfde overkant waar we de vorige etappe door de uiterwaarden liepen. We zagen zelfs de koeien weer staan. Aan de andere kant van de dijk zagen we de zon nog een poging doen om de wolken te verslaan, het lukte niet, maar het leverde wel een prachtig plaatje op.
We liepen onder de A28 door en bereikten Hattemerbroek. Voor de kerk moesten we een klein heen-en-weertje doen, alles voor de stempel. De koker hing hier buiten aan de muur, er stond alleen een kerstboom voor, ik dook dus de boom in om de stempel te bemachtigen en weer op te ruimen.
De zomerroute van dit pelgrimspad loopt via Hattem, maar omdat het fietsveer in de winter niet vaart, gaat de winterroute over de spoorbrug en komen we dus niet in Hattem zelf. Niet dat we vandaag dan al door waren gelopen naar Hattem, we hadden er alweer een lange dag opzitten, dus de spoorbrug over en dan door naar het station. Het begon al te schemeren en we zagen de maan al staan.
Wat een bijzondere dag hebben we vandaag gehad. Onverwachte ontmoetingen, mooie dingen die op ons pad kwamen, de belevenissen waren zeker pelgrimswaardig. En...., de volgende etappe staat alweer gepland.















































































Geen opmerkingen:
Een reactie posten