Naar Purper:


JE MOET ZEILEN OP DE WIND VAN VANDAAG. DE WIND VAN GISTEREN HELPT JE NIET VOORUIT, DE WIND VAN MORGEN BLIJFT MISSCHIEN WEL UIT! tekst en uitvoering: PURPER

Ik hou van motto's, hoewel ik niet iemand ben die ze zelf verzint. Liever zoek ik naar bestaande motto's die aansluiten bij mijn (manier van) leven. De tekst van Purper is al sinds jaren mijn handelsmerk, maar sinds ons bezoek aan de musical "Soldaat van Oranje" is daar een tweede motto aan toegevoegd: Morgen is Vandaag! Eigenlijk zeggen beide motto's hetzelfde. Geniet nu, leef nu, doe nu!!! En dat blijf ik proberen!!!!!

zaterdag 10 augustus 2019

Dodentocht, Bornem

Op weg naar het startvak is het een drukte van belang, zelfs als je de weg niet weet, is het een kwestie van met de meute meelopen, iedereen lijkt maar één kant op te kunnen lopen in Bornem. Op verzoek van Jacqueline kiezen we het linker startvak, aangezien aan die route een bekende van haar woont.

Eenmaal in het startvak gaan we eerst op de grond zitten, het is nu kwart over 8, dus we moeten nog wel even wachten. Toch staan de eerste wandelaars al bij de uitgang te wachten. Pffff, ik geef mijn benen liever nog even rust. Om kwart voor 9 is er een openingswoord en wordt er een poging gedaan om iedereen te laten zingen voor de 50-jarige Dodentocht. Dat lukt nog niet zo goed.




Na het openingswoord begint de onrust in het startvak echt toe te nemen en uiteindelijk staan wij met zijn drieën ook maar op, we zijn bang dat we worden overlopen. We sluiten aan bij de meute en achter ons sluiten er nog veel meer mensen aan. En dan eindelijk klinkt het verlossende "startschot", we gaan beginnen.

We gaan elke keer een stapje naar voren en kletsen ondertussen rustig door. Ineens zien we dat het achter ons helemaal leeg is. Hoe dat nou kan, net stonden er nog hordes mensen. Het blijkt dat iedereen naar de zijkant trekt om daar weer in te voegen, zodat het midden het minst hard opschiet, daarom konden we elke keer maar een klein stapje naar voren doen. Het verlaten van het startvak kost ons een kwartier, om 21.16 uur stappen we over de scan, we zijn los.

Jacqueline en ik hebben afgesproken om samen te starten en om vervolgens te kijken hoe het loopt. Zodra één van ons niet lekker meer loopt met de ander of juist langer of korter wil pauzeren, nemen we afscheid van elkaar. Van Fleur nemen we direct afscheid, zij gaat "alleen" op pad.



We hebben besloten om de hele tocht op te delen in stukjes. Ons eerste doel is om bij de camping, waar we na zo'n 9 km voorbij lopen, nog één keer gebruik te maken van een normaal toilet.

Na zo'n 3 km stroopt het peloton op, hier komen de 2 startvakken bij elkaar. We zien echter geen wandelaars van een andere kant komen, dat betekent dat mensen die in het andere vak gestart zijn, hier al voorbij zijn en dat wij dus ergens in de achterhoede lopen. Dat is op zich niet erg, het is alleen jammer dat we niet echt op ons eigen tempo kunnen lopen en door de drukte is inhalen ook onmogelijk, we gaan dus maar rustig verder.

We lopen Bornem uit en weer in, uit en weer in en nog een keer uit en weer in en dan staan we stil, het hele wandelpeloton is tot stilstand gekomen. We hebben geen idee wat er aan de hand is, pas na een kwartier, als het oponthoud voorbij is, zien we wat de oorzaak is. We moeten van een brede weg een smal pad in en dat gaat niet met zovelen tegelijk. We lopen nu zover achteraan dat we de bezemwagen achter ons spotten.



Na het smalle pad maken we nog een paar slingers door Bornem en dan zijn we bij de camping. We glippen tussen het publiek door voor ons toiletbezoek en als we weer teruglopen naar de weg zien we daar de bezemwagen voorbij rijden. Er komt nog een bezemwagen aan en dat is echt de laatste. We willen niet achter de laatste bezemwagen terecht komen en met een tussensprintje weten we net voor deze bezemwagen het parcours weer te betreden. De mensen die nog langs de kant staan moedigen ons van alle kanten aan. "Kom op, het kan nog makkelijk!" "Geen paniek!!" "Niet opgeven!" Nou dat zijn we zeker niet van plan. We vinden de hele situatie alleen maar grappig. Zo grappig dat we in de app-groep een foto sturen van de bezemwagen voor ons.


Net na de camping is de eerste officiële rust. Hier worden we gescand, kunnen we iets te drinken krijgen en staan de dixies. We nemen een beker water, lopen over de scanmat en gaan dan weer door. We passeren de bezemwagen en vele wandelaars, die hier even gaan zitten of in de rij staan voor de dixies. We waren zeker 300 meter lang de laatste wandelaars...…. Maar doel 1 is behaald.

Ons volgende doel is Friesland Campina op 15,9 km, daar schijnen lekkere taartjes te worden uitgedeeld en dat is dus leuk om naar toe te leven. We lopen door Bornem en zien het spandoek met het opschrift "Nog 500 meter". Die is nog niet voor nu, we moeten nog 90 km lopen voor we hier weer zijn. We lopen Bornem uit en dat gaat in lekker tempo, we lopen ontzettend veel mensen voorbij, het tempo in het peloton is iets lager dan ons tempo. Dat gaat zo door tot we op een dijkje komen, daar is het een stuk lastiger inhalen, zeker omdat het gras in de berm heel hoog is. Ondertussen hebben Jacqueline en ik voldoende gespreksstof, het is nog geen moment stil geweest. Ook dat maakt dat we lekker opschieten, ineens zijn we al bij Friesland Campina. We lopen over de scanmat en scoren een rijsttaartje en een blikje chocomel. Terwijl we het terrein oversteken zien we tot onze verbazing een man lopen met een rolkoffer. Naast hem loopt een vrouw met een kleinere rolkoffer. We vragen ons af wat deze mensen hier doen, als we zien dat ze ook een startkaart om hun nek hebben. Op de vraag of ze de hele weg met de rolkoffer gaan lopen, krijgen we geen serieus antwoord. Het blijft dus een raadsel wat ze daar met die koffers doen.


Omdat we ons nog fit genoeg voelen, besluiten we om door te lopen zonder te rusten. Net voor de volgende rustpost op 21,8 km staat de Oase. Vanaf de Friesland Campina lopen we naar Hingene, we komen weer in bewoond gebied en dat geeft ook weer wat afleiding van mensen langs de kant. We worden langs een prachtig verlicht kasteeltje gestuurd en zowel aan de voorkant als aan de achterkant levert dat een mooi plaatje op. Ik maak foto's in de hoop dat ze niet te veel bewogen zijn, zo in het donker uit de hand.

Na het kasteeltje herkent Jacqueline de weg waar de Oase aan staat, ze weet alleen niet meer precies aan welke kant en op welk punt. gelukkig staat de vlag langs de weg en vinden we zonder problemen deze post. Het is al aardig vol, maar er is gelukkig nog plek genoeg voor ons. We genieten van een kopje thee, een goede zitplaats en de aandacht en gezelligheid. Ook kunnen we hier gebruik maken van het toilet van de bewoners van het huis waar de Oase op de oprit staat. Wat een genot zo alles bij elkaar.






Na deze rust besluiten Jacqueline en ik om nog steeds samen verder te gaan, het voelt voor ons allebei nog goed om samen te lopen en ook de lengte van onze rusttijden komt overeen. Omdat we het eerste deel in uiterlijk 11 uur willen afleggen, lijkt het ons het beste om door te lopen naar de rust in Breendonk op 35,2 km. We zijn nu nog fit en door de opstoppingen in het eerste deel hebben we toch wat meer tijd verloren dan de bedoeling was. We verlaten Wintam en komen uit op een pad langs het water. Ondanks dat het donker is, is het toch mooi. De maan geeft voldoende licht en af en toe staat er een lantaarnpaal. En dan, ineens staat daar het bord met 25. We hebben er al 25 km opzitten. Toch nog sneller dan ik had verwacht.



We passeren Ruisbroek en de daarbij behorende scanmat en we scoren wat te eten. Op deze post worden bananen en koekjes uitgedeeld. Ik scoor beide en eet ook beide direct op. Het aangeboden water sla ik over, daar heb ik zelf nog meer dan genoeg van. Vanaf hier is het 8 km tot Breendonk, we zetten de gang er dus maar weer in. Na verloop van tijd begint de nood bij mij weer op te lopen. ik had Jacqueline al gewaarschuwd dat ik een z..kwijf ben, zeker in het eerste deel van een wandeling, omdat ik nou eenmaal ook veel drink.

Helaas is er op dit deel van de route geen toiletgelegenheid, hoewel diverse mensen gebruik maken van de maisvelden. Nu ben ik zeker niet tegen een groen toilet, maar ik zie het niet zitten om in het donker een maisveld in te duiken. En als er dan een keer een pad of iets dergelijks is, dan zit het er vol met plassende dames, die gelegenheid laat ik dan ook maar aan mij voorbij gaan.

Eenmaal op de rustpost in Breendonk, sluit ik dan ook gelijk aan in de rij voor de dixies, terwijl Jacqueline op zoek gaat naar stoelen voor ons. Ik zie een hoekje waar bijna niemand in de rij staat en ben dan ook zo aan de beurt. Jacqueline heeft stoelen voor ons gescoord en ik ga dus even lekker zitten. Even later sta ik toch weer op om soep voor ons te halen. We hebben wel zin in iets warms en voedzaams. Carola komt ook nog even bij ons zitten, zij is Aike even kwijt, maar dankzij het digitale tijdperk blijkt al snel dat Aike even verderop op het terrein op een bankje zit. Op deze post is ook een biertje te krijgen en we zien diverse wandelaars daar gebruik van maken. Wij slaan over...…



Vanaf nu kunnen we de route opdelen in prachtige etappes, met elk hun eigen einddoel. Ons eerstvolgend doel is de Oase in Steenhuffel, een etappe van zo'n 11 km. Het fijne aan deze etappe is dat het ook langzaam licht gaat worden. Zo fijn als je aan de horizon langzaam maar zeker de lucht ziet verkleuren. Aan de andere kant zijn we ook nog even blij dat het nog niet licht is als er iemand met knipperlichten aan zijn tas het maisveld induikt. We zien de lampjes zakken, we zien de lampjes half omhoog komen, vervolgens zien we ze heen en weer zwaaien en daarna komen de lichtjes helemaal omhoog en komen ze langs het maisveld weer naar de weg. Een geweldige voorstelling.

Om kwart over 6 krijg ik een appje. Ik verwacht dat het Mams is die vraagt waar we zijn, maar het is Martin. Hij vraagt hoe het gaat en ik kan niet anders dan zeggen dat het goed gaat. Ik vind het echt verbazingwekkend dat ik me nog zo fit voel na een nacht overslaan en ongeveer 43 km wandelen. Martin geeft aan dat hij in diezelfde periode dat ik die 43 km liep alleen maar geslapen heeft. Dat vind ik op zich ook geen verkeerd idee, maar dat slapen van mij moet nog minimaal 57 km wachten. Martin meldt dat hij aan het werk gaat en ik wens hem een goede werkdag en wandel weer door.

Ondertussen raken Jacqueline en ik zo op elkaar ingespeeld dat we op hetzelfde moment hetzelfde zeggen, dit wordt een beetje eng. We houden het er maar op dat we een topteam zijn. Ondertussen is het echt licht en komen we langs een kasteeltje. En niet alleen het kasteeltje is mooi, ook de auto's die we zien staan mogen er zijn. En dan is daar de Oase!!! Wat een feest. We eten een pannenkoek en drinken cola, het is tenslotte bijna 7 uur 's ochtends.

Op ons verzoek pakt Mams onze tassen voor onderweg, zodat ik na de inspectie van mijn voeten schone sokken aan kan doen. Jacqueline volgt mijn voorbeeld van schone sokken en we genieten nog even van de rust, de aandacht en vooral de pannenkoek, vers gebakken door Eric. De Oase doet zijn naam weer eer aan.




Ons volgende doel is de sporthal in Merchtem op 53,7 km. Hier heb ik een maaltijd besteld en dan is de magische grens van 50 km bereikt. We verlaten de Oase en even later scannen we in Steenhuffel. Ons gemiddelde daar, vanaf de vorige rust, is 3,5 km. Dat lijkt weinig, maar we hebben in Breendonk na de scan en in Steenhuffel voor de scan gerust, er zitten dus twee rusten in dat gemiddelde.

Ik verbaas me erover dat ik me nog zo fit voel, natuurlijk ben ik moe en natuurlijk voel ik mijn voeten en spieren, maar dat is allemaal beperkt, ik ben vooral vreselijk aan het genieten van wat ik aan het doen ben. (Nog wel....)

Bij het bord met de vermelding 50 km blijkt dat we voldoen aan het vooraf bedachte schema, we zijn hier om 8.03 uur, 11 uur na de start. Dat betekent dat we voor het tweede deel nog 13 uur hebben, gezien de vertraging in de eerste 9 km heb ik alle vertrouwen in het tweede deel.




Bij de rust in Merchtem heb ik een pastamaaltijd besteld, Jacqueline heeft dat niet gedaan. Nu weet ik dat ik tijdens het wandelen geen enorme porties kan eten, dus ik stel voor dat we de maaltijd delen als dat mogelijk is. Jacqueline heeft haar twijfels of dat mogelijk is, zij kan zich van vorige edities herinneren dat de maaltijden in een apart deel werden geserveerd.

Het klopt inderdaad dat de maaltijden in een apart deel worden geserveerd, maar het is wel mogelijk om met je bord naar het algemene deel te gaan. Dus terwijl ik de maaltijd haal, zoekt Jacqueline een plekje. Ik neem dubbel bestek mee en samen genieten we van de pasta. We zijn allebei voldaan als het bord leeg is, één portie was precies genoeg voor ons samen.


Tijdens eten blijft Jacqueline met haar startkaart achter de tafel hangen en daardoor scheurt de kaart los van het koord. Ik denk dat ik veiligheidsspelden bij mij heb, maar die zijn onvindbaar, dus wat nu. Ineens zie ik dat onze voorgangers aan de tafel restjes tape hebben achtergelaten en er zit een stukje bij dat perfect is om over de kaart heen te plakken, gaatje erin met een schaar en klaar. Terwijl Jacqueline de kaart opereert, ga ik naar het toilet en dan kunnen we weer verder. Ons volgende doel is Buggenhout, een rustpost 9 km verderop.

Of het nu komt omdat we niet verder kijken dan de volgende rust die we gepland hebben, weet ik niet, maar ik heb nog niet het idee dat ik het zwaar heb. Ik loop nog steeds ontzettend lekker en ondanks het feit dat we al heel lang samen op weg zijn, hebben we elke keer weer een gespreksonderwerp. Jacqueline vertelt over haar eerdere DoTo's, we hebben het over werk (allebei in het onderwijs, de één PO, de ander VO), over vakanties, over mijn gezinssituatie (ik krijg een ontzettend lief compliment) en over ik weet niet hoeveel andere onderwerpen. Ook mopperen we samen over de vele grindpaden die onder onze voeten door gaan. Het stuift niet alleen, er springen ook constant kleine steentjes in onze schoenen en het is niet te doen om elke keer als dat gebeurt te stoppen om ze eruit te halen, dan zouden we bijna meer stilstaan dan wandelen.

Net voor we Buggenhout bereiken, trekt de lucht dicht en even later begint het te druppelen. We stappen even stevig door in de hoop de rustpost te bereiken voor het echt gaat regenen. We lopen mensen voorbij die regenjassen aantrekken en dat blijkt onze "redding" te zijn. Het uitdelen van eten en drinken gebeurt in een grote, overdekte fietsenstalling en als we net 2 centimeter binnen de overkapping staan, breken de hemelsluizen open, het komt met bakken de lucht uit en wij staan droog. Het is weliswaar hutje-mutje, maar nog altijd beter dan in de stromende regen.


We beginnen met de aangeboden koekjes en we proberen bij de soep te komen als een wandelaar voor ons "out" gaat. Hij wordt opgevangen door een aantal sterke mannen en iedereen werkt mee om de EHBO zo spoedig mogelijk bij hem te krijgen. Gelukkig kan deze wandelaar op eigen kracht met de EHBO'ers meelopen. Ondertussen is het droog geworden en ontstaat er weer wat ruimte. We pakken een kop soep en gaan een klein stukje verderop, nog steeds onder de overkapping, op de grond zitten. Andere plek is er helaas niet. Het gaan zitten gaat niet bepaald elegant, even later het opstaan nog minder elegant. Bij de dixies staat een enorme rij, dus ik sla maar even over, zeker omdat we net weer 100 meter op gang zijn na ons verblijf op de grond.

We gaan op weg naar ons volgende doel, de Oase in Lippelo, zo'n 10 km verderop. In Buggenhout vraag ik een man die voor zijn huis staat of ik gebruik mag maken van zijn toilet. Gelukkig mag dat. Jacqueline kletst even met hem en aan haar vertelt de man dat hij zelf 6 keer de DoTo heeft gelopen end dat hij heel goed snapt dat ik aan hem heb gevraagd of ik van zijn toilet gebruik mag maken, het is tenslotte voor vrouwen een stuk lastiger. Kijk aan zo'n man heb je iets. Opgelucht ga ik verder.

Ook het volgende stuk gaat zeer voorspoedig, we passeren Opdorp en ik verbaas me over de vlag waar degenen die stoppen zich kunnen melden. Daar staat in koeienletters "OPGEVERS" op, lekker confronterend. Omdat we allebei een fles leeg hebben, willen we die vullen met water. We kunnen geen kraan vinden, dus Jacqueline gaat ze vullen door bekers te legen in de flessen. Dit doen we in het volle zicht van de vrijwilligers die daar staan. Als we daar mee bezig zijn, komt een man vragen of hij zijn fles hier kan vullen. Dat blijkt niet de bedoeling zijn, een vrijwilliger verwijst hem naar de kraan, even verderop. Uhhhhhh….. We kijken elkaar aan en Jacqueline gooit een laatste beker water in de laatste fles, het is niet eens opgevallen dat wij dit zo deden.




We gaan door naar Lippelo en vinden daar de Oase. De foto die we in de app-groep hadden gezet van onze gedeelde pastamaaltijd is hier ook gezien, want we krijgen hier in eerste instantie ook één kom soep met twee lepels.... Grapjassen!!! Jacqueline behandeld wat blaren en ze twijfelt of ze op haar sandalen zal verdergaan, maar dat wordt aan alle kanten afgeraden, ze trekt dus toch haar schoenen maar weer aan. Nadat we allebei onze eigen kop soep hebben verorberd, geniet ik nog van een glaasje Schrobbeler en dan gaan we op weg naar ons volgende doel: De vader van Jacqueline wacht op ons in Puurs, zo'n 8 km verderop.

De paadjes die hier gekozen zijn, zijn niet altijd even prettig om op te lopen, erg smal en veel grindpaden, het is dus maar goed dat er nog geen sandalen zijn aangetrokken. We passeren het 75 km-bord en dat betekent dat het nog 5 km is naar Puurs, op naar de rust daar in het gezelschap van de vader van Jacqueline. Hij zit op een pleintje, waar heerlijke bankjes staan, dus we kunnen er lekker bij zitten. Ik heb last van een plek onder mijn linkerhiel en doe dus even mijn schoenen uit om de boel te inspecteren. het blijkt dat mijn sok dubbel zit. Als ik dat verholpen heb, gaan de schoenen weer aan, maar pas nadat ik alle gruis en ellende er weer uit heb gegooid. Na een gezellig samenzijn gaan we weer verder, de Oase wacht de laatste keer op ons in Sint-Amands. Dat is ons volgende doel!



Voor we Sint-Amands bereiken doen we eerst Oppuurs aan en het stuk tussen Puurs en Oppuurs blijkt favoriet bij meelopers. Het is natuurlijk fantastisch dat mensen met hun geliefde willen meelopen om hem/haar verder te helpen, maar een hele familie voor één wandelaar gaat ons toch wat ver. Zeker als ze breeduit op een smal pad lopen. Het toppunt wat ons betreft: Opa en oma met een fiets aan de hand, vrouwlief met een kinderwagen en een kleuter met een step, met zijn allen rondom één mannelijke wandelaar. En dat in en tempo van 3 km per uur over de hele breedte van de weg. Als wij dan vragen of we mogen passeren, is opa nog boos ook dat hij aan de kant moet, zeker als ik tijdens het passeren tegen hem opbots. Ik excuseer me met de mededeling dat na ruim 80 km mijn coördinatie niet zo goed meer is. Gelukkig neemt vrouwlief het dan voor mij op en gaat de hele familie in colonne verder.

Ik krijg mijn vetermomentje na een appje van Mams: "Al een KM in de benen. Ga door voor de 100." Ik ben blij met haar support en realiseer me dat ik nu verder loop dan ik ooit eerder gelopen heb. Het lijkt erop dat het gaat lukken, die verrekte DoTo. In Oppuurs is er eindelijk iets anders te drinken dan alleen water, er is cola!! We genieten van de suiker en de cafeïne. Als we verder lopen raakt Jacqueline in een dip. Haar voeten spelen op, blaren, en de vermoeidheid slaat toe. Dat in combinatie met die ellendige grindpaden, maakt dat het tempo er een beetje uitgaat bij haar. Ik pas mijn tempo aan, maar ik merk dat dat me te veel energie kost, ik moet door in een iets hoger tempo. Ik geef dan ook aan dat ik dat ga doen en dat de Oase niet ver meer is, dus dat we elkaar daar sowieso zien. Op de één of andere manier geeft dat Jacqueline toch weer een beetje energie, want ze blijft bij me aan het elastiek, de afstand wordt nooit echt groot.


We verruilen eindelijk weer een grindpad voor asfalt en ik kijk de weg af om te zien of ik de vlag van de Oase ergens zie staan. Dan hoor ik ineens Jacqueline achter mij roepen: "De Oase, de Oase!!!" Ik ben zo bezig met het afkijken van de weg, dat ik de Oase, op het grasveld vlakbij, niet zie. Zal de vermoeidheid wel zijn...…

We drinken wat en eten gele vla. Jacqueline verzorgt nog een keer haar blaren en gaat nu wel over op haar sandalen. Ik hang mijn slippers aan mijn tas, die zijn voor na de finish. Mijn sok lijkt weer dubbel te zitten op dezelfde plek, dus ik besluit om over te stappen op een ander paar, zodat ik ook nog even alle plakwerk kan controleren. Alle plakwerk zit nog goed, zodat de verse sokken er zonder problemen overheen kunnen en dan gaan de schoenen weer aan. Ik neem nog wat doping in de vorm van Schrobbeler, Jacqueline neemt iets anders om de pijn van de blaren te onderdrukken en dan gaan we weer verder.


Omdat het zo hard waaide en ik gek werd van het geklapper van mijn startkaart rond mijn nek, had ik hem aan mijn tas vastgemaakt. Bij elke scanpost haalde ik hem tevoorschijn om er voor te zorgen dat hij goed te lezen viel. Bij de scanpost in Sint-Amands zie ik de mat te laat en wordt mijn startkaart niet gescand. Op het moment dat ik door heb, zijn we al tientallen meters verder en heb ik niet meer de moed/energie om terug te gaan. Ik weet dat het geen kwaad kan, één gemiste scan kost me niet de kop en bovendien geeft Jacqueline aan dat ze me volledig zal steunen als er wel moeilijk wordt gedaan, maar dit voorval zorgt ervoor dat ik in een dip schiet. Heb ik er 90 km opzitten, komt het eind in zicht, gebeurt me dit.

Jacqueline heeft het door en ze doet hetzelfde als wat ik even eerder deed, gewoon in tempo doorlopen. Er zit voor mij niets anders op dan gewoon achter haar aan lopen. En dat doe ik dan ook maar. Het rare is dat ik ondanks mijn dip wel zie dat we op een prachtige dijk lopen en ik zelfs nog een foto maak.


Even later belt Mams om te vragen waar we zijn, zij is ondertussen weer terug op de camping en ze wacht daar op ons om de laatste kilometer met ons mee te lopen. Als blijkt dat we enkele tientallen meters voor de laatste post in Branst zijn, is mijn dip over. Ik had iedereen gezegd dat er niet eerder afgeteld mocht worden dan de laatste 5 km en aangezien de post in Branst op 94,6 km zit, is nu toch echt het einde in zicht.

Om de laatste 5 km goed door te komen is een sanitaire stop voor mij noodzakelijk. Jacqueline wil niet stilstaan en loopt rustig door, terwijl ik aansluit in de (gelukkig korte) rij. Terwijl ik daar sta, zijn er mensen die mij voorbij lopen. Ik vraag me af wat ze van plan zijn, zeker omdat ik zie dat het geen wandelaars zijn maar publiek. Als ik aan de beurt ben, gaat er een dixie vlakbij de doorgelopen mensen open. Nog voor ik kan reageren, zegt de man achter mij tegen de mensen daar dat ze toch zeker nog even moeten wachten, aangezien ik er en eerder stond en een wandelaar ben. Ik ben hem dankbaar, want ik twijfelde nog of ik wel genoeg energie had om de strijd aan te gaan.

Na mijn toiletbezoek (wel handjes gewassen) scoor ik een vlaaitje en dan zoek ik Jacqueline op. Zij loopt rondjes in een vergeten hoekje, aangezien stilstaan niet meer lukt. Samen gaan we dijk weer op, op naar het 5 km bord. Aftellen!!!!


Ik stuur deze foto naar het thuisfront en ik krijg (net als eerder vandaag) digitaal applaus en bijstand. Ze mogen thuis ook gaan aftellen. Helaas begint de geïrriteerde plek onder mijn linkerhiel nog irritanter te doen, maar voor die laatste 5 km ga ik daar niets meer aan doen. Tegen de tijd dat paracetamol helpt, zijn we ook binnen.


Ja, weer een kilometer afgelegd en nog anderhalf uur de tijd, het gaat gewoon lukken, zal het gewoon gaan lukken, ga ik het echt doen, gaat het me echt lukken, 100 km binnen 24 uur? Ja, dit kan toch niet meer mis gaan. Nog 4 km en 90 minuten, ik kan zo'n …….. ehhh, reken, reken, 2,5 km per uur lopen en nog op tijd binnenkomen. En zo langzaam heb ik de hele route nog niet gelopen, dus..... Ja, het moet me gaan lukken.


Nou, dan is er ook nog wel even tijd om stil te staan voor een foto. Hoewel, opstarten is niet leuk meer en die plek onder mijn linkerhiel doet ook steeds vervelender, maar het is nog geen blaar. Is het mogelijk dat ik 100 km ga wandelen zonder blaren te krijgen. Het moet niet gekker worden. Hoewel, gek ben ik toch al, ik loop hier tenslotte.


Nog minder dan een half uur, nog minder dan een half uur. O, muziek, even dansen en gek doen, dat vinden mijn voeten en benen veel prettiger dan wandelen. O, reactie op de 3 km-foto van thuis.

Dochterlief: "We zijn der bijna! We zijn der bijna!
Ik: "Ben er he-le-maal klaar mee. Maar ik klaag niet, ik ga het halen.
Dochterlief: "Zeker weten dat je het gaat halen! Je hebt geen 97 km gelopen voor niets!!

En zo is het. Ik-ga-het-halen!!! En weer door. Dansen, dansen. O, we gaan Bornem in!!!


En daar is de camping en daar is Mams. O kijk, Jacqueline is ook aan het dansen. Zie je wel dat dat makkelijker gaat dan wandelen nu. Het publiek bij de camping juicht ons toe. Superleuk, applaus voor ons, omdat we zo gek doen, terwijl we eigenlijk niet anders meer kunnen!!! O, Mams sluit aan, ze loopt achter ons mee.


Nog maar 1 km, nog maar 1 km, nog maar 1 km. Volgens mij is het publiek langs de kant nog gekker dan dat ik nu ben. Nog maar 1 km. NOG MAAR 1 KM!!!!!


Proficiat!! Proficiat!! Ja super, maar kom op met die muziek, ik wil dansen, alles beter dan gewoon lopen. O, bocht om en ja, daar is het feest. Een brul van links. Hé Fleur!!! Jij nog hier. Ja ik kom zo naar je toe, als ik gefinisht ben. Dikke knuffel, ja met zijn drieën, Jacqueline ook. Wij zijn de toppers. We hebben het geflikt!!!

Met Jacqueline hand in hand over de finish. Uiteindelijk 23 uur en 8 minuten over die 100 km gedaan. Trots op mezelf!!



Na de finish zoeken Jacqueline en ik Mams en Fleur op, zij hebben ondertussen een plekje gevonden op een terras. Mams trakteert ons op een borrel en we wachten op de laatste wandelaar.


Als we horen dat die nog 2 km moet afleggen, wordt het ons te gortig, we krijgen het koud en willen naar bed. Fleur zoekt haar fiets en Mams, Jacqueline en ik gaan richting camping. Mams geeft ons beide een arm, want het tempo is er bij ons wel uit en de spieren zijn stram. Dat steuntje extra is prettig. We lopen de laatste wandelaar tegemoet en achter deze wandelaar volgt een lange stoet van auto's van de organisatie, gevuld met vrijwilligers. Jacqueline en ik beginnen naar ze te zwaaien en vanuit elke auto wordt terug gezwaaid en klinkt het: "Proficiat!" Ik voel me de Koningin of nee, een Olympisch atleet die goud heeft gewonnen. De tocht terug naar de camping is een zegetocht.






Eenmaal op de camping ben ik Mams zeer dankbaar, zij heeft mijn tas met douchespullen meegenomen, zodat ik direct kan afslaan naar de douches en niet eerst naar de caravan hoef te lopen. na een heerlijke hete douche doen Mams en ik nog een drankje in de caravan, waar Jacqueline ook aansluit na haar douche.

Trots en gelukkig duik ik daarna mijn bed in. Man, ik heb het geflikt, de Dodentocht kan worden toegevoegd aan mijn erelijst!!!


vrijdag 9 augustus 2019

Op weg naar de Dodentocht, Bornem

Ergens vorig jaar, na de Kennedymars om het Lauwersmeer en de N4D, die beide overwegend positief verliepen, besloot ik dat ik dit jaar mee zou gaan doen aan de Dodentocht, 100 km wandelen binnen 24 uur. Hoewel de inschrijving begon op een wandeldag, zaterdag 23 maart om 9.00 uur, besloot ik om toch zo snel mogelijk in te schrijven en dus maar iets later te starten. Dat bleek achteraf een goede beslissing, want de editie van dit jaar was binnen 2 uur uitverkocht en ik hoorde bij de gelukkigen met een startbewijs. Ik legde gelijk de bijbehorende camping vast en ik was blij toen ik hoorde dat Wandelmams meeging om te helpen in de verzorging bij de Oase.

En zo vertrokken Mams en ik afgelopen woensdag richting België. Op een korte file bij Breda en de drukte op de ring bij Antwerpen na, was het een relaxte rit die ons net na 12 uur bij de camping bracht. We schreven in en we werden door 2 scouts richting het veld geloodst. Daar werd ons gevraagd of we op een klein plekje tussen andere campers en caravans wilden staan. Toen we zagen dat Jacqueline dan onze buurvrouw zou zijn, vonden we dat geen probleem. We zetten de caravan neer en besloten om de voortent er niet voor te zetten, daar was het plekje te klein voor. Dat betekende ook dat we snel klaar waren met installeren, zodat we even lekker met zijn drieën aan een bakkie zaten.

In de loop van de middag haalden we de startbewijzen op. In de wachtrij stond een man op zijn gemak te haken en dat gaf ons wat afleiding. Op de terugweg gingen we nog even langs de supermarkt en eenmaal terug op de camping besloten we om wat te drinken en te snacken.



's Avonds aten we met zijn drieën pasta en na de afwas en nog even kletsen gingen we naar bed.

Donderdag ging Jacqueline een dagje naar Mechelen, terwijl Mams en ik hadden besloten om lekker een dagje op de camping rond te hangen en vooral niet te vele te doen. We moesten nog even naar de supermarkt om boodschappen te doen, we wilden 's avonds toch ook weer eten. We hadden ons lijstje afgewerkt op de uien na, die konden we niet vinden. Na een poosje zoeken besloot ik een medewerker maar te vragen waar we uien konden vinden. Hij keek mij even glazig aan en vroeg toen: "Allee, bedoelde gij ajuinen?" Ja dus, ajuinen. Nadat we die gevonden hadden, konden we gaan afrekenen.

Eenmaal terug op de camping hebben we heerlijk zitten freubelen tot Eric en Carla op bezoek kwamen. Zij kwamen natuurlijk voor de gezelligheid, maar ook om met Mams afspraken te maken over het reilen en zeilen in de Oase. We zitten uren te kletsen en te lachen. Net als Eric en Carla weer vertrekken om wat te gaan eten, komt Jacqueline terug. We nemen iets te drinken en na verloop van tijd besluit om te beginnen met het maken van de tomaten-paprikasoep die vanavond op het menu staat. Ik zet de soeppan zachtjes op met een beetje olie erin en schenk vervolgens nog wat te drinken in. Terwijl ik daar mee bezig ben, hoor ik Jacqueline roepen: "Vuur, vuur!!" Als ik opkijk zie ik de vlammen uit de soeppan komen. Als de sodemieter draai ik het gas uit en doe ik de deksel op de pan. Het vuur dooft direct. Pfffff, daar zijn we zonder kleerscheuren vanaf gekomen. Alleen de pan is zwartgeblakerd en daardoor onbruikbaar. Een andere soeppan hebben we niet, we hebben dus uiteindelijk uien-paprika-tomatenprut op brood gegeten.


Het is een komen en gaan van bekenden bij ons plekje, want ook Kenneth, Carla L en Conny vereren ons met een bezoek en uiteindelijk gaan we met een hele groep naar de cocktailparty op de camping. Er is muziek, er zijn lokale bewoners en wandelaars van diverse nationaliteiten, het wordt dan ook een latertje deze avond.

Vrijdagmorgen worden we wakker van getik op het dak, het regent. We blijven dus maar wat langer in bed liggen. Na ontbijt en bakkie beginnen bij mij de zenuwen toch wat toe te slaan en ik besluit om alvast wat voorbereidingen te treffen. Wandeltas inpakken, wandelkleding klaarleggen, tas voor onderweg inpakken, ik maak keurige stapeltjes. En daarna is het tijd voor een broodje ei!!!




In de loop van de middag probeer ik te slapen. Dat lukt niet helemaal, ik doezel wat zonder echt te slapen. Ik ben niet de enige die dat probeert, het is verdacht rustig op de camping. Na het dutje is het tijd voor een bakkie, het is gelukkig weer droog, en dan komen diverse mensen hun tas voor onderweg brengen. Via de organisatie kan je onderweg 1 keer over je tas beschikken, terwijl Mams 4 keer op de route te vinden is, diverse forumleden brengen dan ook hun tas bij Mams en er ontstaat een flinke stapel tassen.

Na het tapen van mijn voeten en het omkleden is het tijd voor spaghetti. Vandaag maken we gebruik van de aangeboden maaltijdservice op de camping, lekker niet zelf koken, maar gewoon aanschuiven. De spaghetti smaakt goed en als we weer teruglopen naar de caravan, neem ik contact op met Fleur, mijn medecaminoganger in 2017. Zij slaapt net buiten Bornem in een hotel en besluit om naar de camping te komen. Om kwart voor 8 houden we het voor gezien, we willen van start en nadat we Mams hebben uitgezwaaid lopen we met zijn drieën richting de start, ik met een kriebel in mijn buik, waar ga ik aan beginnen......